MicroSaaS.Machine

← Bibliotheek

Mini-cursus: van probleem naar eerste betalende klant

Na deze week heb je een probleem gekozen dat mensen echt hebben, met tien van hen gesproken, één betaalbelofte binnen, een werkend stuk software dat één ding doet, en minstens één factuur verstuurd. Geen businessplan, geen pitchdeck, geen landingspagina met wachtlijst van 400 mensen die nooit betalen. Eén klant die geld overmaakt, en het bewijs waarom er meer zoals die klant bestaan.


Hoe je deze week gebruikt

Zes lessen, één per dag, plus één rustdag naar keuze. Reken op 2 tot 3 uur per dag. Elke les heeft precies één opdracht en één meetpunt. Haal je het meetpunt niet, dan ga je niet door naar de volgende les — je herhaalt de opdracht met een aanpassing. Doorgaan met een niet-gehaald meetpunt is de duurste fout in deze cursus: je bouwt dan een week lang op zand.

Aanname: je hebt basale technische vaardigheid (je kunt zelf iets bouwen of no-code aan elkaar knopen) en je hebt een bestaand netwerk van minstens 30 mensen in een vakgebied. Heb je dat netwerk niet, dan duurt les 2 geen dag maar drie tot vijf dagen. Dat is geen falen, dat is de echte kostprijs van beginnen zonder publiek.


Les 1 — Kies een probleem dat geld kost

Je zoekt geen idee. Je zoekt een terugkerende ergernis waar iemand nú al geld of tijd aan verliest.

Goede kandidaten hebben deze eigenschappen:

  1. Het gebeurt wekelijks of vaker — niet één keer per jaar
  2. Er gaat geld of factureerbare tijd in verloren
  3. De huidige oplossing is Excel, WhatsApp, of iemand die het handmatig doet
  4. Je kunt de persoon met het probleem bij naam noemen
  5. Die persoon beslist zelf over een uitgave van €50–€500 per maand

Concreet voorbeeld. Een installatiebedrijf met 6 monteurs. De planner zet elke maandagochtend 90 minuten de werkbonnen van vorige week over uit WhatsApp-foto's in het facturatiepakket. 90 minuten × 4 weken × €45 intern uurtarief = €270 per maand aan puur overtypen, plus gemiddeld 2 vergeten bonnen à €180 omzet. Totale schade: circa €630 per maand. Een tool van €79 per maand is dan geen kostenpost maar een terugverdienbeslissing van drie weken.

Tegenvoorbeeld: "een betere CRM voor zzp'ers". Geen frequentie, geen bedrag, geen naam, en er zijn veertig alternatieven van €12 per maand.

Opdracht: schrijf drie probleemzinnen op in dit format:

*[Rol]* verliest *[X uur of € per periode]* aan *[handeling]*, omdat *[huidige noodoplossing]*.

Reken bij elk probleem de jaarlijkse schade uit met echte getallen. Gok je een getal, zet er "aanname" achter — die ga je morgen toetsen.

Meetpunt: minstens één van je drie zinnen heeft een berekende schade van meer dan €3.000 per jaar per klant. Zo niet: je problemen zijn te klein. Zoek hoger in de organisatie of in een branche met hogere uurtarieven.


Les 2 — Tien gesprekken, nul pitches

Je gaat niet valideren of je idee goed is. Je gaat uitzoeken hoe het probleem er echt uitziet. Het verschil is groot: mensen zeggen graag dat je idee leuk is en kopen het daarna nooit.

Stel alleen vragen over het verleden. Nooit over de toekomst.

Wel vragen:

  • "Wanneer heb je dit voor het laatst gedaan? Loop me er stap voor stap doorheen."
  • "Hoe lang was je daarmee bezig, die keer?"
  • "Wat heb je al geprobeerd om het op te lossen?"
  • "Wat heeft dat gekost?"
  • "Wat gebeurde er toen het misging?"

Niet vragen:

  • "Zou je hier voor betalen?" (iedereen zegt ja, niemand betaalt)
  • "Zou je dit gebruiken als het bestond?"
  • "Vind je dit een goed idee?"

Bereik: WhatsApp en LinkedIn-DM werken beter dan e-mail. Realistische conversie uit een warm netwerk is 30–40%, dus stuur 25–30 verzoeken om 10 gesprekken te halen. Vraag om 20 minuten, niet om "even sparren".

Berichtvoorbeeld:

Hoi Mark, ik onderzoek hoe installatiebedrijven werkbonnen verwerken. Geen verkoop, ik bouw nog niks. Heb je 20 minuten deze week om me te laten zien hoe jullie het nu doen?

Noteer per gesprek: uren, euro's, gebruikte tools, en de letterlijke woorden waarmee ze het probleem beschrijven. Die woorden gebruik je later in je verkooptekst — je eigen formulering is bijna altijd te abstract.

Opdracht: voer 10 gesprekken van 20 minuten. Schrijf per gesprek maximaal 10 regels aantekeningen, direct erna.

Meetpunt: minstens 7 van de 10 noemen hetzelfde probleem ongevraagd, en minstens 4 hebben er al actief iets tegen geprobeerd (een tool gekocht, iemand ingehuurd, een eigen Excel-oplossing gebouwd). Haal je dat niet, dan is het probleem irritant maar niet duur genoeg. Ga terug naar les 1 met je tweede probleemzin.


Les 3 — Vraag om geld voordat je bouwt

Dit is de les die de meeste mensen overslaan, en de enige die daadwerkelijk voorspelt of je een bedrijf hebt.

Je gaat terug naar de 4 tot 7 mensen met het scherpste probleem en je vraagt om een betaalbelofte. Niet om feedback.

Het aanbod, in drie zinnen:

Ik bouw *[precies dit ene ding]* voor je. Het is over *[2 weken]* klaar en kost *[€X per maand of €Y eenmalig]*. Als je de eerste bent, betaal je *[€X × 0,5]* voor het eerste half jaar en bepaal jij wat er als eerste in komt.

Concreet: "Ik bouw een tool waarin je monteurs hun werkbon fotograferen in WhatsApp, en die 's ochtends als kant-en-klare factuurregels in je pakket staan. Over twee weken werkend. €79 per maand, jij betaalt €39 tot 1 maart."

Vraag daarna om één van deze drie, in volgorde van sterkte:

  1. Vooruitbetaling van de eerste maand of een aanbetaling van €100–€250 (sterkste bewijs)
  2. Getekende opdrachtbevestiging met startdatum en bedrag
  3. Datum in de agenda voor oplevering plus schriftelijke "ja, dan betaal ik" per mail

Een mondelinge "klinkt goed, hou me op de hoogte" telt niet. Dat is een nette afwijzing.

Prijs niet te laag. Bij €19 per maand heb je 260 klanten nodig voor €5.000 omzet per maand. Bij €149 heb je er 34 nodig. In B2B is 34 klanten werven realistisch, 260 niet als je alleen bent.

Opdracht: doe 5 tot 7 keer dit aanbod, per telefoon of videocall. Niet per mail — je wilt de aarzeling horen.

Meetpunt: minstens 1 harde toezegging (categorie 1 of 2). Nul toezeggingen na 7 pogingen betekent bijna altijd: verkeerde persoon (geen budgethouder) of te vaag aanbod. Herformuleer het aanbod concreter en doe nog 5 gesprekken voordat je één regel code schrijft.


Les 4 — Bouw het kleinste ding dat het probleem wegneemt

Je bouwt geen product. Je bouwt de oplossing voor die ene klant, in twee dagen.

Regels:

  1. Eén workflow. Geen instellingen, geen dashboard, geen tweede gebruiker.
  2. Geen registratie. Jij maakt het account handmatig aan. Bij één klant is dat 4 minuten werk in plaats van 6 uur bouwen.
  3. Handwerk mag. Draait er 's nachts een script dat jij zelf om 8:00 controleert? Prima. Dat heet niet valsspelen, dat heet je marge nog niet automatiseren.
  4. Geen betaalintegratie. Stuur een factuur per mail met een betaallink. Stripe-abonnementen bouw je bij klant vijf.
  5. Alles wat je twijfelt of het erin moet: eruit.

Tijdsverdeling die werkt: dag 1 de kern (de handeling die het probleem wegneemt), dag 2 de randen (foutmeldingen, één e-mailnotificatie, en handmatig testen met échte data van je klant).

Vraag je klant om vijf echte voorbeelden — vijf echte werkbonnen, vijf echte facturen, vijf echte klantregels. Bouwen op verzonnen testdata is hoe je iets oplevert dat op de eerste dag stukloopt op een komma in een bedrag of een foto die op z'n kop staat.

Opdracht: lever een werkende versie op waarin je klant de volledige workflow van begin tot eind doet, met eigen data, terwijl jij meekijkt.

Meetpunt: de klant voltooit de workflow zonder dat jij ingrijpt of uitlegt. Moet je meer dan twee keer iets toelichten, dan is de tool nog niet af — dat zijn de twee dingen die je diezelfde middag repareert.


Les 5 — Factureer, en kijk wat er gebeurt

Software die gratis in gebruik is, is geen bedrijf. De factuur is het echte experiment.

  1. Stuur de factuur binnen 24 uur na oplevering. Wachten "tot het echt goed is" is uitstel; er is altijd iets niet goed.
  2. Betaaltermijn 14 dagen, niet 30. Je bent klein, je mag dat.
  3. Zet op de factuur precies wat je in les 3 beloofde — zelfde bewoording, zelfde bedrag. Elke afwijking kost je een discussie.
  4. Vraag na 7 dagen zonder betaling gewoon één keer na. Vriendelijk, één zin.
  5. Bel op dag 3 na oplevering: "Werkt het? Wat is het eerste dat je mist?"

Meet in die eerste week ook of ze het gebruiken. Eén getal volstaat: hoe vaak is de kernhandeling uitgevoerd? Zeven werkbonnen verwerkt in week 1 bij een bedrijf dat er tien per week heeft, is goed. Twee is een waarschuwing: dan verkoop je een tool die ze aardig vinden maar niet nodig hebben.

Opdracht: verstuur de factuur en registreer dagelijks het gebruik.

Meetpunt: de factuur is betaald binnen 14 dagen én de kernhandeling is minstens vijf keer uitgevoerd in de eerste week. Betaald maar niet gebruikt betekent: ze betalen uit welwillendheid, niet uit noodzaak. Dat verlengt niet.


Les 6 — Van één klant naar een herhaalbaar patroon

Eén klant kan toeval zijn. Nu toets je of er een groep achter zit.

Beantwoord deze vijf vragen schriftelijk, in maximaal een half A4:

  1. Wie is dit precies? Branche, bedrijfsgrootte, functie van de koper. "Installatiebedrijven met 4–15 monteurs, de eigenaar of de planner beslist."
  2. Wat was de aanleiding? Wat gebeurde er vlak voordat ze ja zeiden? Groei, een fout die geld kostte, iemand die vertrok. Dat moment is je verkoopsignaal.
  3. Welke zin deed het werk? De formulering waarop ze knikten. Letterlijk overnemen.
  4. Wat kostte het jou? Uren voor verkoop, uren voor bouw, uren voor support in week 1. Bij 20 uur verkoop voor €79 per maand heb je een probleem dat je nu al ziet aankomen.
  5. Waar zitten er nog 20 zoals deze? Branchevereniging, LinkedIn-zoekopdracht, leverancier die ze allemaal gebruiken, vakbeurs. Noem de bron, niet "op internet".

Daarna doe je hetzelfde aanbod aan 10 nieuwe mensen uit die groep — nu met het bewijs uit les 5 erbij: "Bij [klant] scheelt dit 90 minuten per week, ze verwerken er nu 12 per week in."

Opdracht: schrijf het halve A4 en benader 10 nieuwe prospects uit dezelfde groep met hetzelfde aanbod tegen de volle prijs.

Meetpunt: minstens 2 van de 10 willen een gesprek, en minstens 1 zegt binnen twee weken ja tegen de volle prijs. Haal je dat, dan heb je geen klant maar een kanaal. Haal je het niet, dan was klant één een vriendendienst — herhaal les 2 en 3 in een aangrenzende groep voordat je aan features begint.


Wat je aan het eind van de week in handen hebt

| Les | Bewijsstuk | Grens | |---|---|---| | 1 | Drie probleemzinnen met bedragen | Eén boven €3.000/jaar | | 2 | 10 gespreksverslagen | 7× hetzelfde probleem, 4× al iets geprobeerd | | 3 | Betaalbelofte op papier | Minstens 1 hard | | 4 | Werkende workflow | Klant doet het zelf, zonder uitleg | | 5 | Betaalde factuur | Betaald + 5× gebruikt in week 1 | | 6 | Halve A4 doelgroepprofiel | 2 gesprekken, 1 ja op volle prijs |

Twee aannames die je zelf moet toetsen. De genoemde conversies (30–40% op DM's uit een warm netwerk, 2 op 10 op koude benadering binnen een scherpe niche) komen uit B2B-praktijk met kleine bedrijven en beslissers die zelf tekenen. Verkoop je aan grotere organisaties met inkoopprocedures, dan halveren die percentages en verdubbelt de doorlooptijd — reken dan op zes weken in plaats van één. En de prijsrange €50–€500 per maand veronderstelt dat jij zelf bouwt; koop je ontwikkeling in, dan moet de onderkant van die range omhoog voordat het rekent.


Van theorie naar jouw kans. De scanner doet dit werk voor jouw specifieke idee: score op zes dimensies, alternatieven, risico's en de experimenten die je als eerste moet doen. Start de gratis MicroSaaS-scan