MicroSaaS.Machine

← Gidsen

Een probleem vinden dat mensen willen oplossen

Na deze gids heb je één probleem op papier waarvan je kunt aantonen hoe vaak het voorkomt, wat het kost en wie er nu al geld of tijd aan uitgeeft — onderbouwd met minstens acht gesprekken, tien vindplaatsen online en een rekensom die je aan een vreemde kunt laten zien. Je hebt ook een lijst met problemen die je hebt afgeschoten, met de reden erbij. Dat tweede is even belangrijk: het voorkomt dat je over drie weken terugvalt op het idee waar je vanochtend verliefd op was.

Wanneer je hier klaar voor bent

Je hebt een vermoeden — een branche, een taak, een klacht die je vaker hoorde. Niet meer dan dat. Je hebt deze week ongeveer twaalf uur beschikbaar, waarvan zes voor gesprekken. Je kunt bij minimaal vijftien mensen aankloppen die in of dicht bij de doelgroep zitten: oud-collega's, klanten van je huidige werk, mensen uit een branchevereniging of een vakgroep op LinkedIn. Heb je die vijftien niet, begin dan bij een branche waar je wél binnenkomt. Toegang tot mensen weegt in deze fase zwaarder dan hoe interessant de markt eruitziet.

Je hebt nog geen code geschreven. Als je dat wel hebt, laat het staan waar het staat en doe alsof het er niet is.

1. Zet je aanname in één zin op papier

Schrijf op: *"Ik denk dat [wie] tijd of geld verliest aan [taak], en dat lost hij nu op met [huidige oplossing]."* Drie variabelen, geen bijzinnen. Zolang je die zin niet rond krijgt, heb je geen aanname maar een gevoel.

Voorbeeld: "Ik denk dat installatiebedrijven met 5–20 monteurs tijd verliezen aan het overtypen van papieren werkbonnen naar facturen, en dat lossen ze nu op met een administratief medewerker die dat handmatig doet." Dat is toetsbaar. "Installateurs willen efficiënter werken" is dat niet.

Zet er meteen onder wat je *niet* weet. Bij dit voorbeeld: of het overtypen echt uren kost of tien minuten per dag, en of de baas dat überhaupt als probleem ziet — een administratief medewerker die het al twintig jaar doet, is voor hem misschien gewoon "hoe het werkt".

Klaar wanneer: de zin past op één regel, bevat een concrete taak (geen categorie), en je kunt drie namen noemen van mensen die eronder vallen.

2. Verzamel tien vindplaatsen waar het probleem al beschreven staat

Ga zoeken naar mensen die er al over klagen, in hun eigen woorden. Zoek gericht: het vakforum van de branche, Facebookgroepen voor ondernemers in dat vak, LinkedIn-posts van accountants en boekhouders, vragen op ondernemersplein.kvk.nl, reviews van bestaande software (juist de reviews van twee en drie sterren — daar staat wat mensen missen), en Marktplaats- of vacaturenteksten waarin het handwerk beschreven staat.

Plak van elke vindplaats de letterlijke zin in een document, met de datum en de bron. Geen samenvatting, de exacte woorden. Die woorden zijn later je copy.

Voorbeeld van wat je zoekt: een reactie onder een post van een boekhouder die schrijft "wij krijgen elke maandag een stapel bonnen binnen waarvan de helft onleesbaar is, dat kost ons twee dagdelen per maand per klant". Dat is één regel die zowel frequentie (elke maandag), pijn (onleesbaar) als kosten (twee dagdelen) bevat.

Let op de vraagclusters waar deze doelgroep sowieso mee zit: prijsvorming, offertesoftware, bewaarplicht, urenregistratie, administratie-automatisering. Als jouw probleem daar niet in de buurt komt, hoeft dat geen probleem te zijn, maar het betekent wel dat je zelf alle vraag moet creëren. Dat is duurder.

Klaar wanneer: je tien letterlijke citaten hebt uit minstens vier verschillende bronnen, waarvan minimaal zes niet ouder zijn dan een jaar.

3. Voer acht gesprekken van twintig minuten

Bel of videobel. Geen enquête — een formulier levert beleefde antwoorden op, en beleefde antwoorden zijn waardeloos. Vraag naar de laatste keer, niet naar het algemene geval. Vier vragen zijn genoeg:

  1. "Loop me eens door de laatste keer dat je [taak] deed. Wat gebeurde er precies, stap voor stap?"
  2. "Hoe lang duurde dat, van begin tot eind?"
  3. "Hoe vaak komt dat voor — per week of per maand?"
  4. "Wat heb je geprobeerd om het makkelijker te maken?"

Die laatste vraag is de belangrijkste. Iemand die niets heeft geprobeerd, heeft geen probleem maar een ongemak. Iemand die drie keer een tool heeft geprobeerd en teleurgesteld afhaakte, heeft een probleem dat pijn doet.

Praat niet over jouw idee. Noem het niet eens. Zodra je je oplossing beschrijft, gaat de ander meedenken in plaats van vertellen, en dan krijg je enthousiasme dat nergens op slaat.

Voorbeeld van wat een goed gesprek oplevert: van acht installatiebedrijven zeggen er zes dat een monteur per dag drie tot vijf bonnen inlevert, en dat het overtypen ongeveer vier minuten per bon kost. Bij twaalf monteurs is dat 12 × 4 bonnen × 4 minuten = ruim drie uur per dag. Twee van de acht zeggen: "wij werken al met een app, dat speelt bij ons niet". Die twee zijn even waardevol — ze vertellen je waar je markt ophoudt.

Klaar wanneer: je acht gespreksverslagen hebt met per gesprek een getal voor frequentie en een getal voor duur, en je kunt aanwijzen wie van de acht al eerder iets probeerde op te lossen.

4. Reken de pijn om naar euro's

Zet frequentie × duur × uurtarief. Gebruik het tarief dat de ondernemer zelf noemt, niet een branchegemiddelde van internet. Reken conservatief: pak de laagste waarden die je hoorde, niet de hoogste. Een schatting die aan de lage kant klopt overtuigt beter dan een hoge die je moet verdedigen.

Voorbeeld: drie uur administratie per dag × 220 werkdagen × €35 per uur = ruim €23.000 per jaar aan directe verwerkingstijd. Daarnaast noemden vier van de acht dat facturen gemiddeld acht tot tien dagen later de deur uitgaan dan nodig — dat is een liquiditeitsprobleem dat je apart moet noteren, want dat is voor veel ondernemers een zwaarder argument dan de uren.

Aanname die je hier expliciet moet maken: of die uren écht vrijvallen. Als de administratief medewerker in vaste dienst blijft en alleen ander werk gaat doen, bespaart de ondernemer geen euro maar wint hij capaciteit. Dat is een ander verkoopverhaal en vaak een lagere prijs. Schrijf op welke van de twee jouw geïnterviewden zeggen.

Klaar wanneer: je één bedrag per jaar per bedrijf hebt staan, met de rekensom eronder zichtbaar, en je bij elke variabele weet uit welk gesprek dat getal komt.

5. Zoek uit wat ze nu al betalen

Een probleem waar niemand geld aan uitgeeft, is geen markt. Breng in kaart: bestaande software (welke, wat kost die, waarom voldoet die niet), uren van personeel, uren van de boekhouder, kosten van fouten.

Kijk naar de prijzen van bestaande aanbieders in de buurt van jouw probleem en noteer wat je klanten daarvan zeggen. In dit voorbeeld: pakketten voor servicebedrijven zitten grofweg tussen de €25 en €60 per gebruiker per maand — bij twaalf monteurs is dat al snel €400 tot €700 per maand. Als jouw geïnterviewden dat te duur vinden, is dát je opening. Vinden ze het redelijk maar gebruiken ze het niet, dan zit het probleem in invoering, niet in prijs.

Klaar wanneer: je van minstens vier van de acht weet welk bedrag ze nu maandelijks kwijt zijn aan dit probleem, en je twee bestaande aanbieders bij naam kunt noemen met hun prijs.

6. Schiet je probleem af

Loop vier vragen langs en beantwoord ze met ja of nee. Bij twee keer nee gaat het idee op de afvallijst.

  • Komt het minstens wekelijks voor bij dezelfde persoon?
  • Kost het aantoonbaar meer dan €200 per maand aan tijd of geld?
  • Heeft minstens de helft van je gesprekspartners al eens iets geprobeerd?
  • Kun je binnen een week bij tien nieuwe mensen uit deze groep aan tafel?

Die laatste is de sluipmoordenaar. Een reëel probleem in een groep die je niet kunt bereiken, kost je een jaar aan marketing die je niet hebt.

Klaar wanneer: je oordeel op papier staat met de reden erbij, ook als het "nee" is. Bij nee: terug naar stap 1 met een aangescherpte zin — meestal is je doelgroep te breed en helpt het om te versmallen op bedrijfsgrootte of op één specifieke werkstroom.

Veelgemaakte fouten

Je vraagt of iemand het zou gebruiken. Iedereen zegt ja. Vraag naar wat er vorige week gebeurde.

Je praat met bewonderaars. Vrienden en oud-collega's zijn aardig voor je. Zorg dat minstens vier van de acht mensen zijn die je niet kent.

Je middelt weg wat je hoorde. Als drie mensen zeggen "kost me tien uur per week" en vijf zeggen "kost me niks", dan zijn dat twee verschillende doelgroepen, geen gemiddelde van vier uur. Splits ze.

Je meet ongemak in plaats van pijn. Irritatie is geen budget. De toets is: heeft iemand er al eens tijd, geld of aandacht aan besteed?

Je stopt bij het eerste probleem dat "goed genoeg" scoort. Doe dit met twee of drie aannames naast elkaar. Vergelijken is sneller dan achteraf ontdekken dat je de zwakste koos.

Je praat alleen met de eindgebruiker. De monteur wil geen extra app. De eigenaar wil sneller factureren. Wie tekent, bepaalt wat je bouwt — spreek beiden, en noteer per uitspraak wie het zei.

Wat je hierna doet

Je hebt nu één probleem met bewijs of een lege lijst. Bij een lege lijst herhaal je de stappen met een smallere doelgroep; dat kost je opnieuw een week en dat is de goedkoopste week die je in dit traject uitgeeft.

Heb je wél bewijs, dan ga je de kleinste versie afbakenen: welk deel van dat probleem kun je wegnemen zonder dat de klant zijn hele werkwijze moet omgooien? Neem de vijf gesprekspartners met de scherpste getallen en vraag of je over twee weken mag terugkomen met iets concreets. Vraag dat nu, niet later — de bereidheid is het hoogst vlak nadat iemand zijn frustratie heeft uitgesproken. En schrijf voor jezelf op welk getal uit stap 4 het zwakst onderbouwd is; dat is het eerste wat je in de volgende fase hard moet maken.


Doe dit voor jouw eigen idee. De scanner voert deze stap uit op jouw probleem: score op zes dimensies, alternatieven, risico's en de experimenten die je als eerste moet doen. Start de gratis MicroSaaS-scan

Wil je deze gids bewaren?

Laat je e-mailadres achter: je krijgt de link naar deze pagina plus het volgende deel zodra de machine het publiceert. Uitschrijven met één klik.